Digital Construction World

Digitalisering is essentieel voor aannemers die zich willen professionaliseren en Embuild moet hen daarop voorbereiden.

VCB – Het maximum halen uit slimme systemen in gebouwen

Een slim gebouw bevat heel veel technologische hoogstandjes. Maar die systemen werken al te vaak in hun eigen silo, zonder interactie. Dat vermindert de meerwaarde van een slim gebouw. Hoe het beter kan, staat in het rapport Interoperabiliteit, compatibiliteit en openheid binnen een Smart Building.

De doeltreffendheid van een smart building steunt in grote mate op de interacties tussen de verschillende systemen voor verwarming, verlichting, verluchting enzovoort. Die interactie is helaas niet altijd optimaal en daardoor blijft interessante meerwaarde liggen voor talrijke zaken: energie-efficiëntie, comfort, gebruiksgemak, onderhoud … Gelukkig kan dergelijke silovorming vermeden worden.

Twee oplossingen

Een eerste manier om de silo’s te doorbreken is de installatie van een coördinerend systeem boven de silo’s. Dat maakt niet alleen de interactie tussen de verschillende systemen mogelijk, maar ook tussen deze systemen enerzijds en anderzijds externe systemen zoals gebruikersinterfaces en software voor het opslaan en verwerken van data over het slimme gebouw.

De coördinerende oplossing kan een gebouwbeheersysteem (GBS) zijn, maar ook een zogenaamd Building Opera-ting System (BOS), dat op een hoger niveau opereert.

Een tweede mogelijkheid is grotere systemen installeren. “Groot” betekent hier dat ze de rol van verschillende afzonderlijke systemen vervullen, waardoor ze de silovorming doorbreken.

Protocollen

Componenten en systemen kunnen alleen met elkaar interageren wanneer ze in verbinding met elkaar staan en elkaar begrijpen. Er zijn dus protocollen nodig voor de data-uitwisseling. Deze kun je naargelang hun functie ruwweg in twee soorten verdelen. De ene soort regelt de interactie tussen de componenten van een systeem; de andere de interactie tussen verschillende systemen.

Voor bepaalde zaken zijn dergelijke protocollen intussen al gemeengoed. Voor kunstverlichting is er bijvoorbeeld DALI, de Digital Addressable Lighting Interface. Dat regelt de communicatie tussen apparaten zoals elektronische voorschakelapparaten, helderheidssensoren en aanwezigheidsmelders. Andere bestaande protocollen zoals BACnet en KNX zijn toepasbaar in verschillende domeinen zoals HVAC, zonwering en energiemonitoring.

Open en gesloten

In de praktijk worden er al veel protocollen toegepast, die soms wel en soms niet gestandaardiseerd zijn. Aan het ene uiteinde staan de open protocollen en standaarden, die ontstonden uit de samenwerking tussen verschillende organisaties. Aan het andere uiteinde vind je de gesloten types ontwikkeld door één onderneming.

Wat is het beste? Die vraag heeft geen eenvoudig antwoord. Het hangt ervan af. Ben je de gebruiker van het gebouw, de installateur of de producent? Het valt te verwachten dat slimme gebouwen een mix van verschillende protocollen en standaarden zullen hanteren. De hamvraag is dus: hoe kun je in die situatie tot interoperabiliteit komen?

Vertalers en interfaces

Eén oplossing is de toepassing van zogenaamde gateways. Deze vertalen de verschillende protocollen. Een tweede oplossing bestaat voor systemen met IP-connectiviteit, vrij vertaald: systemen die je op het internet kunt aansluiten. Die kun je uitrusten met softwarematige koppelpunten of interfaces zoals een Application Programming Interface (API). Deze maken interactie met andere gebouwsystemen of softwareprogramma’s mogelijk.

Silo’s doorbroken

Het is dus mogelijk om de silo’s te doorbreken en tot interoperabiliteit te komen. Bovendien is de koppeling met een bovenliggend softwaresysteem mogelijk. Dat staat innovatieve benaderingen toe, gebaseerd op data-analyse en artificiële intelligentie (AI).

Er bestaan vanzelfsprekend ook kleinere projecten, die in beperkte mate uitgerust zijn met smart oplossingen. Maar dankzij de gateways en de API-oplossingen kunnen ook in dat geval de silo’s doorbroken worden.

Hybride toekomst

De belangstelling voor systemen met IP-connectiviteit groeit. Maar de werkgroep Interoperabiliteit van de cluster Smart Buildings in Use gaat ervan uit dat men ook niet-IP- gebaseerde protocollen zal blijven gebruiken. De toekomst zal dus hybride zijn.

David Grillet (WTCB): “Veldbussen en systemen die met traditionele digitale en analoge in- en outputs werken, zullen altijd in zekere mate toegepast blijven worden vanwege hun relatief lage kostprijs, geringe complexiteit, grote betrouwbaarheid en lange levensduur. Ze vormen nog regelmatig de meest efficiënte oplossing om de vele componenten op veldniveau in een gebouw – verlichting, thermostaten, detectoren, kleppen, sensoren … – met elkaar te verbinden.”

Tegelijk mag men niet vergeten dat IP-gebaseerde systemen een grote troef hebben: hun grotere rekencapaciteit. Dit staat complexe functies toe. Bovendien zijn ze interoperabel met andere IP-gebaseerde systemen binnen en buiten het gebouw.

INFO: Dit project kreeg de steun van het Agentschap Innoveren en Ondernemen

UITSTEKENDE INLEIDING

Het is niet evident om tot een slim gebouw te komen dat zijn potentieel maximaal waarmaakt. Maar er bestaat nu een uitstekende inleiding in de problematiek: het rapport Interoperabiliteit, compatibiliteit en openheid binnen een Smart Building. Dit technische document reikt de nodige definities aan, wijst op de aandachtspunten en doet aanbevelingen.

Het rapport is het resultaat van een werkgroep van de cluster Smart Buildings in Use (SBiU), een initiatief van het WTCB en de Vlaamse Confederatie Bouw waarin tal van bedrijven vertegenwoordigd zijn. Zo zetelen in de werkgroep naast het WTCB en de VCB onder meer vertegenwoordigers van EEG, GIA, Trigrr, Procos Group, Honeywell Partner Channel, en Sumi Smart.

INFO: Geïnteresseerd in dit rapport? Stuur een e-mail naar benedikt.declercq@vcb.be.